dinsdag 5 mei 2020

Hélène de Bruine: ‘Met de juiste kennis verkeersonveiligheid effectiever aanpakken’

Hilde Postma

Hélène de Bruine is beleidsadviseur verkeersveiligheid en programmamanager Verkeer & Meer van de Vervoerregio Amsterdam maakt werk van verkeersveiligheid binnen het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. Ze benadrukt het belang van verkeerseducatie: ‘Je kunt de infrastructuur nog zo goed op orde hebben, maar als je niet inzet op het veranderen van het onveilig gedrag van verkeersdeelnemers bereik je weinig.’

Hoe verkeersveilig zou je de Vervoerregio Amsterdam noemen en waarom?

Laat ik vooropstellen dat elke verkeersgewonde en -dode er één te veel is. Is het in deze regio verkeersveilig? De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten met circa 1,4 miljoen inwoners: ook hier zien we de landelijke trend van de stijging van het aantal verkeersslachtoffers. De regio bestaat overigens uit zowel stad als landelijk gebied en het beeld van de verkeersongevallen verschilt daarmee ook. Maar overal speelt de problematiek rondom afleiding, drugs en alcohol in het verkeer. Die is hardnekkig en dat is terug te zien in de ongevallencijfers. De urgentie en inspanningen van gemeenten is hoog om de verkeeronveiligheid aan te pakken. Er wordt samen met de gemeenten op ingezet om de infrastructuur verkeersveilig(er) in te richten. Verder biedt ons platform Verkeer & Meer aan zowel jong als oud gedragsinterventies aan voor veiliger verkeersdeelname.

Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid roept iedere wegbeheerder op om op basis van een risicoanalyse de belangrijkste verkeersveiligheidsrisico’s proactief aan te pakken. Hoe werkt dit binnen de Vervoerregio?

Het SPV is een kennisnetwerk om overheden te helpen de verkeersveiligheidsrisico’s beter in kaart te brengen en de risico gestuurde aanpak verder te ontwikkelen. Daarmee werkt het kennisnetwerk mee aan het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers. De Vervoerregio werkt nauw samen met de gemeenten om zich goed voor te bereiden op het SPV en de maatregelen die hieruit voortvloeien. Daarnaast wordt op dit moment onderzoek gedaan naar ongevalsrisico’s en doelgroepen zodat we inzicht krijgen waar de grootste kansen liggen om een trendbreuk in de verkeersongevallen te krijgen. De meeste risico’s en ongevallen vinden plaats op 50 km-wegen. Samen met het SWOV (Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) wordt er parallel onderzoek gedaan naar potentieel onveilige 50 km-wegen op basis van wegkenmerken (NSI-light).

'In onze regio zetten we ons al jaren proactief in op verkeersgedrag van mensen van 2 tot 100 jaar.'

Is er voldoende kennis over verkeersveiligheid(smaatregelen) beschikbaar voor gemeenten en regio’s?

Wat er aan kennis in Nederland beschikbaar is, is bekend. Er is nog veel onderzoek en meting nodig waarom bepaalde ongevallen plaatsvinden en vooral welke interventies effectief zijn. Regio’s en gemeenten hebben maar een beperkte invloed op het genereren van kennis. Met de komst van het Kennisnetwerk SPV heb ik goede hoop dat onze vragen worden opgepakt en dat data over ongevallen (locaties, toedracht, registratie en verzameling) beter op orde komen.

Welke concrete verkeersveiligheidsmaatregel of -aanpak binnen de Vervoerregio (best practice) verdient navolging in andere gemeenten of regio’s?

Je kunt de infrastructuur nog zo goed op orde hebben, maar als je niet inzet op het veranderen van het onveilig gedrag van verkeersdeelnemers bereik je weinig. In onze regio zetten we ons al jaren proactief in op verkeersgedrag van mensen van 2 tot 100 jaar. Via het platform Verkeer & Meer (verkeerenmeer.nl) bieden we namens de gemeenten aan alle scholen en elke opvang gratis verkeerseducatie aan. Ook zorgen we ervoor dat zowel de landelijke als lokale verkeersveiligheidscampagnes actief worden uitgerold.

Hélène de Bruine: 'We willen allemaal dat kinderen verantwoorde en weerbare verkeersdeelnemers worden en niet betrokken raken bij ongevallen. Om dat te bereiken moeten ze veel leren, veel oefenen en het goede voorbeeld krijgen van volwassenen.’

Hoe houdt je je eigen verkeersveiligheidskennis op peil?

In Nederland worden tussen de regionale overheden kennis en ervaringen gedeeld. Dat is voor mij een bron van kennis over gedragsbeïnvloeding in het verkeer. Verder is het voor mij belangrijk om samen met kennisinstellingen op te trekken in onderzoeken en ontwikkelingen als het gaat om hoe gedrag tot stand komt en welke maatregelen nu effectief zijn. En dat gaat verder dat het onderwerp ‘verkeer’. We moeten vooral de schotten tussen de verschillende sectoren weghalen, zoals in sport, gezondheid en welzijn door samen kennis uit te wisselen en slimme samenwerkingen aan te gaan. We hebben uiteindelijk hetzelfde doel als het gaat om de gezondheid en welzijn van mensen.

Wat is je droomproject op het gebied van verkeersveiligheid?

Mijn droom is om meer in te zetten op onderzoeken naar verkeersgedrag en de redenen waarom mensen dit gedrag (bewust en onbewust) vertonen. Waar zitten de motivatie en weerstanden om het veilige gedrag te vertonen? Er zijn nog veel witte vlekken in kennis en achtergronden op het gebied van het gedrag in het verkeer. We weten bijvoorbeeld uit onderzoek dat ouders een cruciale rol spelen in de verkeersveiligheid van hun kinderen en dat ouders het onderwerp ook heel belangrijk vinden. Toch blijkt dat ouders in het dagelijks leven weinig prioriteit (kunnen) geven aan verkeersopvoeding en áls ze aan de slag gaan, ook nog niet altijd het juiste doen. Meer kennis over het hoe en waarom ontbreekt en dit is voor de ontwikkeling van interventies juist heel relevant. Met de juiste kennis kun je interventies ontwikkelen en verkeersonveiligheid effectiever aanpakken.

Heeft u vragen? Stel ze hier.